EMSOC survey rapport over het sociale mediagebruik van de Vlaamse bevolking

21 nov 2014 /

EMSOC survey rapportIn juni 2014 zonden EMSOC-onderzoekers Hadewijch Vanwynsberghe & Louise Hasepeslagh (iMinds-MICT, UGent) een survey het wereldwijde web in die het sociale mediagebruik van de Vlaming zou moeten meten. Nu kunnen we eindelijk de langverwachte resultaten lezen in het EMSOC survey rapport, onderaan de pagina te downloaden.

Uit het onderzoek is onder meer gebleken dat – misschien niet erg verrassend – Facebook het populairste sociale netwerk is, met 79% van de respondenten die een account hebben op deze website. Ongeveer een derde van de respondenten had een account op Twitter en evenveel mensen één op LinkedIn, maar de frequentie van het gebruik van Twitter ligt wel hoger dan bij LinkedIn het geval is. De belangrijkste reden om Facebook te gebruiken blijkt ‘om up to date te blijven met wat mijn vrienden doen’ te zijn. Twittergebruikers geven daarentegen aan dat zij dit medium gebruiken om up to date te blijven met wat bekende mensen doen.

Ook bij de vraag naar mogelijke redenen om de sites te stoppen gebruiken, zien we duidelijke verschillen tussen Facebook en Twitter. Bij Facebook zijn privacyzorgen, te veel nutteloze informatie en advertenties de belangrijkste redenen, terwijl bij Twittergebruikers het feit dat niet genoeg vrienden het platform gebruiken de voornaamste reden is.

De survey peilde verder ook naar de technische, emotionele en kritische competenties van sociale mediagebruikers. Daaruit bleek dat de activiteiten die we het vaakst doen, zoals het posten van een foto of het gebruiken van een hashtag, ook het best kunnen. Meer complexe of verborgen activiteiten, zoals het rapporteren van advertenties, het verwijderen van tweets of het gebruiken van Twitterlijsten, ervaren we als moeilijker. Daarnaast is het opvallend dat weinig sociale mediagebruikers een goede kennis hebben over de platformen die ze gebruiken. De situatie is hierbij slechter voor Twitter dan voor Facebook. Heel wat gebruikers zijn zich er bijvoorbeeld niet van bewust dat hun gegevens worden doorverkocht of dat de berichten die ze te zien krijgen eerst gefilterd worden voor ze op hun Facebook nieuwsoverzicht of Twitter feed verschijnen. Ook weten weinig gebruikers dat ze hun auteursrechten opgeven voor alles wat ze posten op de sociale netwerksites.

Meer dan de helft van de Facebookgebruikers zeggen zich zorgen te maken over hun privacy en hebben het gevoel dat Facebook als bedrijf hun privacy niet respecteert. Toch blijkt dat minder dan de helft van de Facebookgebruikers ooit de gebruiksvoorwaarden heeft gelezen. Deze tegenstrijdigheid valt mogelijk te verklaren door de moeilijke taal die in dergelijke voorwaarden wordt gehanteerd. Wel veelbelovend is dat acht op tien Facebookgebruikers zijn privacy-instellingen heeft aangepast. Dit is dan ook een meer eenvoudige en concrete actie dan het lezen van de gebruiksvoorwaarden.

De onderzoekers besluiten dat elke gebruiker over een andere combinatie van competenties beschikt. Dit zorgt voor enkele duidelijk te onderscheiden gebruikersgroepen. Sommigen zijn ongeïnteresseerd, sommigen denken goed na voor ze iets doen online, sommigen zijn kritisch, anderen beschikken dan weer over veel kennis en nog anderen zijn impulsief. Dit kan belangrijk zijn voor leerkrachten, bedrijven, overheden en andere stakeholders die de sociale mediageletterdheid van een bepaalde doelgroep wensen te verhogen. Rekening houden met deze verschillende groepen kan dan een belangrijke factor zijn.

 

Download het EMSOC survey rapport hier.