Cultuurparticipatie & professionele identiteit in tijden van sociale media

26 mei 2014 /

Geletterdheid, expertise en de autoriteit van culturele instellingen worden steeds vaker op de korrel genomen. Dit is vooral het geval binnen de sociale mediacultuur, waar gestreefd wordt naar een gelijke behandeling van ‘professionelen’ en ‘amateurs’. In het rapport ‘Cultural participation & professional development in a social media culture’ gaat de onderzoeksgroep Cultuur & Educatie (C&E) na hoe dit de ontwikkeling van professionele identiteit beïnvloedt.

Iedereen expert?

In haar eerst EMSOC rapport ‘State-of-the-Art report on studies of literacy and learning in and through social media‘ stelde C&E vast dat traditionele noties van geletterdheid onder druk staan in onze huidige samenleving. Dit heeft veel te maken met de snelle veranderingen op het gebied van media-technologie en communicatie praktijken. Die veranderingen dragen namelijk bij tot het problematiseren en herformuleren van de wijze waarop mensen zich uitdrukken en handelen. Dit proces wordt versterkt binnen de sociale mediacultuur, waar unieke mogelijkheden worden gecreëerd voor samenwerking en persoonlijke ontwikkeling.

In haar tweede EMSOC rapport ‘Report on the theoretical framework and empirical toolkit for analysing literacy case-studies‘ benadrukte de onderzoeksgroep dat ook culturele instellingen – en educatieve instellingen in het bijzonder – hierdoor in opspraak komen. Binnen sociale mediaomgevingen stelt de groep dat men streeft naar een gelijke behandeling van alle gebruikers, professioneel of amateur. In sociale mediaomgevingen kunnen ‘professionelen’ zich dan ook geen autoritaire positie meer aanmeten op basis van institutioneel erkende expertise.

Every artist = amateur

Volgens academici is het verwerven van een status als ‘expert’ binnen sociale media omgevingen onderhevig aan constante onderhandeling. In het derde EMSOC rapport ‘Cultural participation & professional development in social media culture’ onderzoekt C&E hoe dit onderhandelingsproces verloopt in het kader van literaire cultuur. C&E tracht op deze manier inzicht te verwerven in de eigenschappen en de ontwikkeling van professionele identiteit in de sociale mediacultuur.

‘Sociaal lezen’ en ‘professionelen’ in het wild

Het onderzoek omvat twee gevalstudies die ieder focussen op een specifieke groep van ‘professionelen’. De resultaten van beide gevalstudies tonen aan hoe literaire activiteiten via sociale media (of ook: sociaal lezen) worden ervaren en benaderd door producenten en bemiddelaars van literair werk. Op basis van deze bevinding wordt ook duidelijk hoe zij over hun positie of rol als ‘professionelen’ onderhandelen en haar opnieuw trachten vorm te geven.

De eerste gevalstudie vond plaats in 2012 in de sociale mediaomgeving Goodreads en is gericht op de rol van de leerkracht als bemiddelaar binnen literaire cultuur. Bij deze gevalstudie waren 73 studenten uit de lerarenopleiding van de Universiteit Gent betrokken. De studenten werden verzocht om als leerkracht-etnograaf gedurende een tiental weken deel te nemen leesactiviteiten via Goodreads.

De tweede gevalstudie vond plaats in 2013 naar aanleiding van het Twitter Fictie Festival en onderzoekt de praktijken en rolomschrijvingen van auteurs binnen literaire cultuur op sociale media. Deze studie werd opgezet samen met 14 auteurs wiens werk officieel werd voorgesteld tijdens het eerste Twitter Fictie Festival in 2012. Naast observatiemateriaal betreffende hun literaire praktijken in sociale media omgevingen werden ook persoonlijke reflecties verzameld aan de hand van focusgesprekken via Twitter.

Leerkracht: kenner, facilitator & controleur

GoodReads_crackedUit de eerste gevalstudie blijkt dat het publiek delen van persoonlijke (lees)activiteiten en mengingen een belangrijk onderdeel uitmaakt van deelname aan literaire cultuur via sociale media. De participanten uit het onderzoek maken duidelijk dat sociale media hen in staat stellen om een identiteit te creëren door het visueel voorstellen van ervaringen, meningen, smaken en sociale relaties. Op deze manier kunnen gebruikers van sociale media een welbepaalde sociale rol opnemen die voor anderen herkenbaar is.

Volgens de participanten is het herkenningsproces belangrijk voor het ontwikkelen van vertrouwen. Het opbouwen van vertrouwen blijkt van cruciaal belang voor bemiddelaars in het algemeen, en leerkrachten in het bijzonder. Uit de gegevens van de gevalstudie blijkt immers dat zij hun rol omschrijven als kenners van het literaire veld, als ondersteuners van de gesprekken over cultuur en experten in waardeoordelen en kwaliteitscontrole. De participanten benadrukken het belang van deze rol binnen sociale media cultuur door te wijzen op de tekortkomingen van sociale media platformen zoals Goodreads. Zo wijzen ze bijvoorbeeld op het disempowerende effect van ongeïnformeerd zelf-management en een te sterke focus op persoonlijke voorkeuren.

Schrijver: auteur of artiest?

twitter breakUit de tweede gevalstudie blijkt dat het produceren van literatuur in sociale mediaomgevingen de creatie van multimodale, transmediale en interactieve verhalen omvat. De participanten uit het onderzoeken geven aan dat de verwachtingen met betrekking tot interactiviteit de grootste verandering teweeg brengen voor producenten van literair werk. Ze omschrijven de rol van producenten als vormgevers van narratieve werelden of omgevingen waarin lezer in toenemende mate controle krijgen over de het verloop van het verhaal. De participanten stellen vast dat producenten hierdoor sterk betrokken worden bij het leesproces en lezers betrokken worden bij het ontwikkelen van het verhaal. Volgens de participanten zijn traditionele labels zoals schrijver en auteur daardoor niet langer geschikt als benamingen voor producenten van literair werk.

Het onderhandelen over een nieuwe rolomschrijving als producent blijkt dan ook gepaard te gaan met het zoeken naar nieuwe labels. De participanten tonen daarbij een sterke voorkeur voor benamingen als artiest. Deze creëren een zekere openheid die producenten van literair werk de mogelijkheid biedt om te experimenteren met genre en vorm, en om een eigen stijl en identiteit te ontwikkelen. Het label artiest laat de participanten bovendien toe om de verschillende eigenschappen van de literaire productie toe te lichten. Ze hanteren het label onder meer om te verwijzen naar het initiëren en cureren van narratieve structuren, het spelen en tot leven brengen van personages, het improviseren en reageren op input uit de omgeving, alsook het genereren van gesprekken en sociale interactie.


Het rapport ‘Cultural participation & professional development in social media culture bevat fragmenten van twee ongepubliceerde academische artikelen. Omwille van auteursrechtelijke afspraken is het rapport niet beschikbaar via de EMSOC website. Geïnteresseerden kunnen wel een digitale kopie van het rapport verkrijgen door contact op te nemen met onderzoeker Joachim Vlieghe via email (joachim.vlieghe@ugent.be).