Participatief onderzoek naar geletterdheid

26 sep 2013 /

Culturele instituties zoals scholen spelen een belangrijke rol bij het formuleren en operationaliseren van maatschappelijke verwachtingen over media gebruik, cultuurparticipatie en sociale integratie. Zij worden daarin bijgestaan door onderzoeksinstellingen en nascholingsorganisaties. Het wordt echter steeds moeilijker om deze taak te vervullen vanwege de toenemende omvang en opeenvolging van technologische veranderingen. Daarom is er meer dan ooit nood aan een model voor flexibele en dynamische samenwerking tussen praktijk en onderzoek.

Geletterdheid veranderd

Onderzoekers zijn het er over eens dat elke technologisch verandering met betrekking tot media een verandering op het vlak van geletterdheid teweeg brengt. Zo zien we vandaag hoe tablets en smartphones bijdragen aan de ontwikkeling en het succes van sociale en streaming media. Mediavormen die op hun beurt een sterke invloed uitoefenen op hoe we omgaan met teksten, muziek, videobeelden, maar ook met elkaar. De Gentse onderzoeksgroep Cultuur & Educatie brengt veranderingen als deze in kaart via verscheidene doctoraatsstudies. Daarnaast werken de doctorandi ook methodologieën uit die deze mapping mogelijk maken. Deze onderzoekslijnen – en de EMSOC doctoraatsstudie van Joachim Vlieghe in het bijzonder – hebben dan ook geleid tot het rapport ‘On the theoretical frame and empirical tool for analysing the case-studies’.

Veranderingen bestuderen

In het rapport presenteren en evalueren Joachim Vlieghe, Kris Rutten en Ronald Soetaert een model voor participatief onderzoek. Het model brengt verschillende onderzoekstradities samen waaronder actie onderzoek, etnografische geletterdheidsonderzoek en retorische analyse van geletterdheidspraktijken.

Vanuit pedagogisch actie onderzoek wordt het belang van een nauwe samenwerking tussen onderzoekers en belanghebbenden uit de praktijk. Dergelijke samenwerking heeft twee belangrijke voordelen. Enerzijds ondersteunt ze de ontwikkeling van een veelzijdig en empirisch onderbouwd perspectief op veranderingen op vlak van technologie en cultuurparticipatie. Anderzijds zorgt samenwerking er ook voor dat de inzichten en de ontwikkelde kennis onmiddellijk kunnen terugvloeien naar de belanghebbenden.

Een onderzoekstraditie die eveneens focust op samenwerking tussen onderzoekers en belanghebbenden is het etnografische geletterdheidsonderzoek. Etnografisch geletterdheidsonderzoek is voornamelijk gericht op het beschrijven van socioculturele groepen en hun geletterdheidspraktijken met aandacht voor verscheidenheid en complexiteit. Dit gebeurt aan de hand van participerende observatie, interviews en de studie van culturele artefacten. Zowel tijdens verzamelen van de gegevens als bij het analyseren ervan is direct en veelvuldig contact met de belanghebbenden uit de praktijk bijzonder belangrijk.

Retorisch onderzoek naar geletterdheid richt zich eveneens op het identificeren van diverse geletterdheidspraktijken, maar focust bovendien op het de motieven voor handelen die mensen aan deze praktijken toeschrijven. Aan de hand van pentadische analyse bestuderen retorici dit proces van betekenisgeving. Hoe mensen een gegeven situatie hun eigen mogelijkheden tot handelen inschatten wordt ontleed door het stellen van vijf vragen: Welke handeling wordt gesteld? Wie stelt de handeling? Hoe wordt ze gesteld? Waarom? Waar of wanneer? In hun discours geven betrokkenen gelijktijdig antwoorden op meerder van deze vragen. Eén aspect zal echter steeds de overhand nemen in hun beschrijvingen. Het identificeren van deze dominante elementen in het discours van de iedere belanghebbende laat toe om verschillende betekenissen of motieven met elkaar in verband te brengen en te vergelijken.

Toepassing

Uit de onderzoeksresultaten van een eerste gevalstudie (zie: Vlieghe & Rutten, 2013) blijkt dat de voorgestelde onderzoeksmethodes zeer geschikt zijn om te bepalen waar en hoe veranderingen in geletterdheidspraktijken optreden. De resultaten bevestigen bovendien eerder vaststellingen met betrekking tot geletterdheid en technologische vernieuwing. De ontwikkeling van nieuwe technologieën gaat gepaard een verandering van ons handelen, maar ook – en vooral – met een verandering van de manier waarop we dat handelen beschrijven en ervaren. Aanvankelijk zijn “nieuwe media”  inderdaad vaak een afspiegeling van oudere media vormen, denk bijvoorbeeld aan het omslaan van een bladzijde in heel wat e-reader toepassingen (zie foto links). Door het toevoegen van nieuwe zaken zoals hyperlinks, eindeloze annotatiemogelijkheden en chatvensters (zie foto rechts) geven de “nieuwe media” tevens een aanzet om er anders om te gaan met die oudere media vormen. Samen met deze mogelijkheden wordt een nieuw jargon geïntroduceerd waarmee ontwikkelaars en vernieuwers verwachtingen en instructies verwoorden over handelen en spreken.

iPad flipping page2 (same)subtext - join the discussion

Klik hier en download het rapport van Joachim Vlieghe, Kris Rutten en Ronald Soetaert (C&E, Universiteit Gent).
Ook het recent verschenen artikel van Joachim Vlieghe en Kris Rutten is vrij te downloaden.