Nieuwe richtlijn over journalistiek gebruik van beeldmateriaal uit sociale media

26 apr 2012 /

Naar aanleiding van de discussie rond de berichtgeving over het busongeval in Zwitserland heeft de Raad voor de Journalistiek op 23 april een richtlijn uitgevaardigd over het gebruik van informatie en beeldmateriaal dat afkomstig is van persoonlijke websites en sociale netwerksites. Enkele kranten hadden namelijk foto’s van de minderjarige slachtoffers van websites en sociale netwerksites gehaald en zonder toestemming van de ouders op de voorpagina geplaatst.[1] Ondertussen is er door familie van één van de slachtoffers een klacht ingediend bij de Raad.[2]

In de nieuwe richtlijn sluit de Raad het gebruik van dergelijk materiaal niet volledig uit maar er moeten een aantal afwegingen gemaakt worden vooraleer een eventuele overname van foto’s of informatie geoorloofd is. De Raad erkent dat persoonlijke websites en sociale netwerksites een bron van informatie kunnen zijn voor journalisten. Echter, het feit dat iemand persoonlijke gegevens of beeldmateriaal op een website of op een sociale netwerksite plaatst, betekent niet dat dit materiaal zonder meer mag worden overgenomen, zelfs als het om publiek toegankelijke pagina’s gaat.

Afwegingen

Allereerst moet de journalist rekening houden met de context van de beschikbare informatie. Zo moet een website die zich richt tot een specifieke groep of omgeving anders worden behandeld dan een website die gericht is op het algemene publiek. Indien de betrokken persoon de nodige voorzorgen genomen heeft om zijn of haar profiel af te schermen, dan is het gebruik van de informatie in principe niet geoorloofd.

Ten tweede moet er sprake zijn van een maatschappelijk belang, dat van die aard moet zijn dat het recht op informatie het recht op privacy overstijgt. De journalist moet dit maatschappelijk belang kunnen aantonen. De Raad verwijst in deze afweging naar bekende of publieke figuren. Zij hebben ook recht op respect voor hun privéleven, maar meer dan anderen moeten zij aanvaarden dat bepaalde privégegevens door henzelf op het internet geplaatst en voor het publiek toegankelijk, openbaar worden gemaakt in het kader van verslaggeving. Echter, ook hier mag de aantasting van het privéleven niet verder gaan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.

Ten derde moeten journalisten bijzonder voorzichtig zijn bij het publiceren van informatie of beeldmateriaal dat kan leiden tot de identificatie van personen die zich in een maatschappelijk kwetsbare positie bevinden, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, alsook hun familieleden. Informatie en beeldmateriaal, afkomstig van persoonlijke websites en sociale netwerksites, van slachtoffers die geen publieke figuren zijn, mag de journalist niet zonder meer overnemen. Indien de nabestaanden of de slachtoffers zelf zich verzetten tegen het publiek maken van deze informatie, moet de journalist dit verbod naleven.

Een laatste afweging betreft de behandeling van de informatie. De journalist controleert de juistheid van de informatie of het beeldmateriaal. Hij gaat ook na of het materiaal wel door de persoon zelf op het internet is geplaatst. Indien dit niet het geval is, kan de informatie enkel worden gebruikt indien er een gewichtig maatschappelijk belang mee gemoeid is. Verder zorgt de journalist ervoor da de selectie en de publicatie van het materiaal aangepast is aan de omstandigheden van de berichtgeving en vermijdt hij overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.

Journalistieke code

Deze nieuwe richtlijn zal als bijlage bij artikel 22 opgenomen worden in de Journalistieke code.

Volgens de ombudsman van de Raad, Filip Voets, vertrekt de nieuwe richtlijn “vanuit de basisfilosofie dat iets wat op Facebook verschijnt of op een persoonlijke website niet noodzakelijk automatisch mag overgenomen worden door de media. Een aantal persoonlijke websites en sommige pagina’s van sociale netwerksites koesteren duidelijk privacyverwachtingen. Op Facebook bijvoorbeeld wordt een onderscheid gemaakt tussen berichten bedoeld voor vrienden en pagina’s die publiek zijn.” Verder heeft de richtlijn volgens de ombudsman niet enkel betrekking op sociale netwerksites: “Neem nu een schoolwebsite waarop foto’s van de kinderen worden gepost, bedoeld om de ouders op de hoogte te houden. Als die school om een of andere reden plots in het nieuws komt, is het niet zo dat die informatie automatisch ook kan overgenomen worden door kranten, tijdschriften of andere media.”[3]


[1] Raad voor de Journalistiek, Richtlijn over het gebruik van informatie en beeldmateriaal van persoonlijke websites en sociale netwerksites, 23.04.2012, http://rvdj.be/sites/default/files/pdf/richtlijn201208.pdf.

[2] Cochez, Tom, Klacht bij Raad voor de Journalistiek na busdrama in Sierre, 17.04.2012, http://www.apache.be/2012/04/16/klacht-bij-raad-voor-de-journalistiek-na-busdrama-in-sierre (25.04.2012).

[3] Cochez, Tom, Klacht bij Raad voor de Journalistiek na busdrama in Sierre, 17.04.2012, http://www.apache.be/2012/04/16/klacht-bij-raad-voor-de-journalistiek-na-busdrama-in-sierre (25.04.2012).

License photo: Some rights reserved by Steve Snodgrass