De Facebook-doctrine: hoe meer privacysettings, hoe minder privacy

24 okt 2011 /

U heeft het misschien al gemerkt, die nieuwe kolom naast uw nieuwsfeed op Facebook. Een News Ticker geeft in real time weer wat uw vrienden uitspoken op het sociaal netwerk. Dit gaat gepaard met een opvallende andere nieuwe feature: ‘frictionless sharing’. ‘Frictionless sharing’ (‘weerstandloos’ delen) zorgt ervoor dat je de informatie die je op een bepaalde Facebookapplicatie raadpleegt niet meer expliciet hoeft te delen met je Facebookvrienden: het gebeurt automatisch en verschijnt meteen in hun ticker. De Facebookapplicatie van The Guardian bijvoorbeeld gebruikt dit systeem reeds.

Zonder dit initiatief van Mark Zuckerberg en de zijnen a priori te willen verslijten als een zoveelste poging om bijkomende data los te weken van hun gebruikers dienen vanuit privacyperspectief wel een aantal kanttekeningen geplaatst te worden bij deze aanpassingen.

Zoals afgesproken

Een eerste punt is de vraag of deze aanpassingen niet van een dermate fundamentele aard zijn dat ze indruisen tegen het principe van contextuele integriteit. Dit is een idee die in de recente literatuur rond privacy aan belang wint. Dit principe wordt het best geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld. Als je bij de dokter toegeeft dat je een depressie hebt, dan is het redelijk om te verwachten dat die een dokter dat voor zich houdt. De context, in dit geval een relatie tussen patiënt en arts, is immers gebaseerd op een vertrouwensband die impliceert dat die informatie binnenskamers blijft. Wanneer de dokter deze toch zou delen wordt de integriteit van de context geschaad.

Frictionless sharing

Hetzelfde geldt nu voor Facebook. De initiële gebruikscontext is er een waarbij de relatie tussen een leverancier en de gebruikers van een om die informatie die ze wensen te delen met vrienden. Frictionless sharing gaat een brug verder. Uiteraard hebben gebruikers de mogelijkheid om deze functie uit te schakelen, maar voor degenen die ze inschakelen verandert het aspect ‘die ze wensen’ fundamenteel. Van ‘er wordt niets gedeeld vooraleer ik het zeg’ tot ‘alles wordt gedeeld totdat ik het wis’. Dat was niet de afspraak. Ondertussen suggereren sommige technologie-experten dat Facebook plannen zou hebben om frictionless sharing uit te breiden naar partnerwebsites. Dit betekent dat bepaalde surfactiviteiten van gebruikers buiten Facebook automatisch gedeeld zouden worden. Dan verschijnt bijvoorbeeld de titel van het artikel dat je op een site aan het lezen bent automatisch in de ticker van je vrienden. Maar dat wens je misschien helemaal niet te delen met anderen (omdat je het niet relevant vindt of er niet achter staat). Ook dat was dus niet de afspraak. Met andere woorden, met de nieuwe diensten die Facebook doorheen de jaren lanceert sleutelt het bedrijf keer op keer aan de afspraken die van kracht waren toen gebruikers een relatie met de dienst aangingen.

De gebruiker heeft het gedaan

Een tweede kanttekening betreft het argument dat gebruikers altijd kunnen beslissen om de functies die hun privacy bedreigen uit te schakelen. Correct, maar toch is dit een te simplistische voorstelling van de feiten. Facebook heeft zijn privacysettings doorheen de jaren verfijnd, wat het beveiligen van persoonlijke gegevens mogelijk maakt. Maar zodoende legt het bedrijf de verantwoordelijkheid van mogelijke ‘privacylekken’ steeds meer bij de gebruikers zelf. Van elke bericht dat je post kan je tegenwoordig bepalen wie het precies te zien krijgt en wie niet. Maar als de juiste informatie dan al eens bij de foute persoon terecht komt, dan is dat wel de verantwoordelijkheid van elke individuele gebruiker.

Privacy fatigue

En net hier sluipt het risico binnen van een soort privacy fatigue, een gevoel van onverschilligheid tegenover privacy ten gevolge van een overload aan sensibilisering en responsabilisering. Je geraakt het beu om bij elke stap die je online zet na te gaan wat goed of niet goed is voor je privacy. Dit past niet bij de leuke, entertainende ervaring van het ‘effe checken’ waarvoor gebruikers Facebook net appreciëren. Zo krijg je een pervers effect waarbij Facebooks steeds verder doorgedreven privacysettings niet leiden tot meer maar tot minder privacygevoeligheid bij haar gebruikers.

Facebook speelt er wonderwel op in. Ze nemen de ‘wrijving’ van het bepalen van je doelpubliek weg bij de gebruiker om deze een vlottere ervaring te bieden. Maar dat moment van ‘wrijving’ tussen gemak en oplettendheid is net het moment waarop een kritische reflectie kan (en moet) plaatsvinden. Met andere woorden, als je als bedrijf de verantwoordelijkheid inzake privacy bij je gebruikers legt, dan moet je ruimte laten voor momenten waarop zij controle kunnen uitoefenen op hun informatie.

Facebook-geletterd
De kern van de zaak staat dus los van de vraag of Facebook uit is op onze persoonlijke gegevens, maar draait om de kritische vaardigheden van internetgebruikers. Hoe meer we tendensen als deze zien waarbij de verantwoordelijkheid over privacy bij de individuele gebruikers zelf komt te liggen, hoe belangrijker het wordt dat consumenten/burgers/gebruikers van meet af aan de nodige vaardigheden meekrijgen.

Dit artikel is tevens gepubliceerd in De Morgen bij de Gedachte (pag. 26) op 24/10/2011.